Meer inhoudelijke informatie over de Bouwkunst-cursus volgt

 

overzichtscursus

15 modules
(het is niet bekend wanneer deze cursus kan doorgaan)

 

Bouwkunst-III

1800 – 1950

 

zie voor de beide overige jaargangen van het drieluik Bouwkunst-cursussen: Bouwkunst-I en Bouwkunst-II

 
 

algemeen

De overzichtscursus Bouwkunst-III vormt de derde jaargang van het cursusdrieluik Bouwkunst, van 1400 tot 1950. Algemene informatie over dit cursusdrieluik vindt u hiernaast.
De cursus Bouwkunst-III biedt een prachtig overzicht over het bouwen en de architectuur in de periode van 1800 tot 1950, in Europa, Nederland en Fryslân. De complete cursus telt 15 modules. U kunt ook inschrijven voor kortere deelcursussen handelend over een bepaalde periode of een bepaald gebied. Bouwkunst-III wordt vooraf gegaan door een korte inleidende cursus. De onderwerpen worden op een heel aanschouwelijke manier gepresenteerd, uitgebreid geïllustreerd door middel van beeldseries op groot scherm.
Na deze cursus volgen de overzichtscursussen Bouwkunst-I (periode van 1400 tot 1600) en Bouwkunst-II (periode 1600-1800). Overweegt u het hele cursusdrieluik Bouwkunst 1400-1950 te volgen dan kunt u heel goed beginnen met Bouwkunst-III. Elke jaargang vormt een geheel zelfstandige cursus met aparte cursusmaterialen.
Zie voor de beide overige jaargangen van het drieluik Bouwkunst-cursussen: Bouwkunst-I en Bouwkunst-II.

 

 

Bouwkunst in de 19de eeuw

Deze cursus biedt een fraai overzicht van de Europese bouwtradities en bouwstijlen in de periode vanaf de late 18de eeuw. De Franse Revolutie bracht in Europa de idealen van de Verlichting naderbij. In de 19de eeuw ontwikkelden zich de democratieën waardoor de burgerij het meer voor het zeggen kreeg. Ook vormden zich de meer centraal geleide nationale staten. In de officiële architectuur werd de nationale inbreng bepalend: in gebouwen voor justitie en onderwijs, maar bijvoorbeeld ook in kerkgebouwen en in bouwstijlen zoals neoclassicisme, neogotiek en neorenaissance.

Niet minder belangrijk voor de architectuurontwikkeling was de introductie van nieuwe bouwmaterialen en -technieken. De ‘industriële revolutie’ bracht naast vernieuwing echter ook verwarring en een behoefte aan vastheid en identiteit. Romantische en op morele puurheid gerichte stijlen en stromingen boden een tegenwicht: neogotiek chaletstijl, de Engelse Arts & Crafts beweging, rond 1900 de Jugendstil etc. Door middel van architectuuronderwijs, publicaties en reizen ondergingen Nederlandse architecten de invloed van nieuwe ontwikkelingen in Frankrijk, Engeland en Duitsland.

Koning Willem I en zijn opvolgers legden de basis voor een nationale infrastructuur, in politieke en ook in bestuurlijke én economische zin. De aanleg van straatwegen, vaarwegen, spoorwegen en ontginningsprojecten dienden als stimulans voor de economie. Op de tot “wandeling” vergraven stadsomwalling verschenen nieuwe gebouwtypen, variërend van ronde tempel tot muziekschelp en van gerechtsgebouw tot ziekenhuis. In de tweede helft van de 19de eeuw maakten de negatieve uitwassen van de industriële samenleving een andere aanpak van de volkshuisvesting noodzakelijk. Overheids- en particuliere initiatieven boden enig soelaas. Aan de andere kant van het sociale spectrum verschenen de grote, statige en elegante herenhuizen en stadsvilla’s.

Lange tijd bleef Friesland nog vooral een ‘leeg’ gebied. De voorheen mede door de adel gestuurde agrarische economie kwam na 1800 op eigen benen te staan. Friesland viel met name in de tweede helft van de 19de eeuw meer en meer uiteen in twee sociale leefwerelden: de stedelijke centra (waar de voorzieningen zich meer en meer concentreerden) en het landelijke buitengebied (waar de aandacht steeds exclusiever was gericht op de agrarische economie). Wij volgen in de cursus: hoe nieuwe gebouwtypen het beeld gingen bepalen, hoe oude gebouwtypen werden aangepast aan nieuwe behoeften, hoe het (aloude) ´lange woonhuis´ het (neoclassicistische) middenganghuis naast zich moest dulden, hoe traditionele decoratieve elementen werden ingewisseld voor industrieel vervaardigde neostijlenelementen en hoe de ontwerpende ambachtsman plaats moest maken voor de architect.

 

20ste eeuw

In de 20ste eeuw voltrokken de veranderingen zich in een nog hoger tempo. De Europese, Nederlandse en in veel opzichten trendvolgende Friese architectuur werden bepaald door Jugendstil, rationalisme (o.a. Berlage), expressionisme (Amsterdamse School), De Stijl-beweging, functionalisme en Nieuwe Bouwen, internationale stijl en traditionalisme (waaronder de ‘Delftse School’).
Centraal staan in de cursus de belangrijke ontwikkelingen, de architecten en bouwwerken in Europa, Nederland en Friesland. Daarnaast is er aandacht voor de idealistische en pragmatische achtergronden van de stromingen, in teksten en publicaties door architecten en critici. Ook het architectuuronderwijs komt aan de orde. Interessant is de wisselwerking tussen de trendbepalende architectuur in stedelijke centra en het trendvolgende regionale en locale bouwen. Wij zien hoe eeuwenoude gebouwtypen tot ver in de 20ste eeuw wisten te overleven. En tenslotte staan wij stil bij wat er bleef van het oude: het vakmanschap, de materiaalkennis, het bouwersgevoel ….

 

doelgroep, cursusmateriaal, werkvorm

De cursus is geschikt voor beginners (overzicht) en voor gevorderden (verdieping), mede wegens de stapsgewijze presentatie en de aanschouwelijke beeldseries.
Met behulp van twee fraaie en op de cursusonderwerpen toegespitste Kunstvertoon-cursussyllabi aangevuld met een keuze aan cursusboeken kunt u ook thuis goed aan de slag. De cursussyllabi zijn speciaal voor deze cursus geschreven en bieden door verschillende invalshoeken, beschrijvingen, overzichten, tekeningen en fotomateriaal een veelzijdig beeld van de Europese, Nederlandse en Fryske architectuur. Op de bijeenkomsten worden programma´s uitgereikt waarop alle getoonde bouwwerken met hun gegevens zijn vermeld.
Twee weken voor cursusaanvang wordt een bestelformulier met nadere gegevens toegezonden.

 

cursusgegevens

cursusnaam/code: Overzichtscursus Bouwkunst-III, van 1800-1950    code: cu-07-III
docent: drs. Peter J. van der Werf (kunst, architectuur en bouwhistoricus)
bijeenkomsten: 15 modules; 19.30-22.00 uur, met pauze
wanneer: t.z.t.
uitwijkdata: t.z.t.
cursusmateriaal: twee Kunstvertoon-cursussyllabi (ca. 500 pagina’s)
cursusboek(en): kunt u vooraf bestellen; t.z.t. sturen wij een overzicht waaruit u
   uw eigen keuze kunt maken

avondprogramma’s: worden uitgedeeld op de cursusbijeenkomsten (kosteloos)

 

 

 

 

 

 

 

 

‘De kunst van het bouwen – Europa, Nederland, Fryslân’

Dit is de naam van het onderzoeksproject dat in eerste aanleg in de jaren 2007-2010 is uitgevoerd door Kunstvertoon mei stipe fan provinsje Fryslân. Het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe cursusonderdelen is voortgezet vanaf 2014.
Er kwamen drie overzichtscursussen tot stand: ● Bouwkunst I (periode 1400-1600; 14 modules)
Bouwkunst-II (1600-1800; 14 modules)
Bouwkunst-III (1800-1950; 14 à 16 modules).
Centraal staat de relatie tussen de Europese bouwstijlen, de architectuur in Nederlandse steden en regio’s en het traditionele en trendvolgende bouwen in Fryslân.

In het kader van het onderzoeksproject werd een uniek en omvangrijk beeldarchief aangelegd van belangrijke en bijzondere bouwobjecten in Fryslân, Nederland en Europese landen.
Ook stelde Kunstvertoon op basis van eigen tekstbijdragen een reeks van zes syllabi samen. De reeks biedt een omvangrijk en veelzijdig overzicht van de West-Europese, Nederlandse en Fryske bouwkunst van 1400 tot 1950. Het verzorgde en rijk geïllustreerde geheel biedt een schat aan informatie.

Al vanaf 2010 is gewerkt aan diverse aanvullende cursussen over speciale onderwerpen welke aansluiten op de overzichtscursussen. Sedert 2014 kunnen ook onderdelen van de overzichtscursussen gevolgd worden, handelend over een kortere periode of een specifiek gebied, de zogenaamde Korte Cursussen.

 

Design and development by HW Multimedia
Copyright © 2018 | Kunstvertoon | Alle rechten voorbehouden