oktober 2017


 

Nadeelcompensatieprocedure en herzieningsverzoek bij Raad van State

 
Mogelijk las u een bericht in de pers met betrekking tot de kwestie met gemeente Súdwest-Fryslân.
Het meest recente artikel in de Leeuwarder Courant verscheen naar aanleiding van de behandeling van het herzieningsverzoek van Kunstvertoon bij de Afdeling van de Raad van State op 10 oktober. Hierin werd Kunstvertoon bijgestaan door mr. W. Sleijfer van De Haan Advocaten en Notarissen te Leeuwarden.
 
De schade die in de kwestie met de gemeente aan de orde is, komt voort uit het schadeveroorzakende raadsbesluit in 2004. De procedures, vanaf 2010, zijn op ernstige wijze verstoord door uiterst slechte en onjuiste gemeentelijke informatievoorziening over de feiten en omstandigheden in 2004. Gezien de langdurigheid van schade en de verstoorde rechtsgang is het lastig in een krantenartikel de kwestie in correcte samenhang en met juiste details naar voren te brengen. Daarom is een aanvulling wenselijk.

 
Kunstvertoon organiseerde vanaf 2000 in Sneek een breed educatief programma over cultuur-wetenschappelijke c.q. cultuurhistorische onderwerpen. De problemen begonnen in winter 2003/4. Vanaf dat moment werden door een collega-cursusaanbieder op dezelfde bibliotheeklocatie overeenkomstige cursussen aangeboden voor eenzelfde doelgroep en op eenzelfde academisch niveau. Voor twee gespecialiseerde aanbieders op dit terrein was Sneek e.o. veel te klein; de ‘vijver’ van belangstellenden werd zes jaar lang overbevist. De schade was zeer aanzienlijk.
 
Toen Kunstvertoon in 2010 vernam dat de gemeente een rol had gespeeld bij de komst van de collega-aanbieder in 2003/4 naar Sneek, hebben wij onmiddellijk de gemeente verzocht om ons daarover te informeren. Het toen volgende jarenlange informatietraject verliep – zo blijkt ook uit de rapportage van de Nationale ombudsman – op onbehoorlijke wijze. Dat geldt om te beginnen voor het jaar 2010, waarop wij hier niet ingaan. Toen echter na een half jaar toch moest worden erkend dat het de gemeente was die de collega-aanbieder middels een uitzonderlijke kredietconstructie naar Sneek had aangetrokken (raadsbesluit 2004) bleef de informatievoorziening in de navolgende jaren uiterst mondjesmaat. Op de informatie- en zeer vele Wobverzoeken werd ondanks lang aandringen niet of meermalen achtereen niet gereageerd óf pas na trajecten van 14 maanden of meer dan twee jaar óf er werd gesteld dat er niets meer was. Tot 2015 bleek echter keer op keer dat veel vanaf 2010 gevraagde informatie over de besluitvorming in 2003/4 wél aanwezig was in het gemeentearchief. Niet alleen werd uiterst slecht geïnformeerd, ook werd over hoofdonderwerpen onjuist geïnformeerd. De Nationale ombudsman was in haar rapportage (maart 2017) zeer duidelijk over de gemeentelijke informatievoorziening: die was “onbehoorlijk”.
Slechts op basis van correcte informatie over ‘2003/4’ kon een nadeelcompensatieverzoek worden onderbouwd. Daardoor heeft Kunstvertoon niet onmiddellijk in 2010, maar pas in 2012 een verzoek ingediend. Toen was de verstrekte informatie echter nog verre van toereikend en bovenal onjuist.
 
‘Onjuist’, ondermeer omdat de gemeente vijf jaar lang deed geloven dat zij het raadsbesluit betreffende de steunverlening in 2004 volgens de regels zou hebben gepubliceerd. Dat zou inhouden dat de vijfjarentermijn voor het indienen van de nadeelcompensatieverzoek al in 2004 zou zijn ingegaan en niet pas in 2010, toen Kunstvertoon met de aansprakelijke (de gemeente) bekend was geworden. Het verzoek zou dus te laat zijn ingediend ….
Opgeteld is tot in 2014 in 20 zaken (Wob, subsidie, nadeelcompensatie) besloten, geadviseerd en uitspraak gedaan tegen de achtergrond van de veronderstelling dat het raadsbesluit zou zijn gepubliceerd. Vijf jaar lang zijn Kunstvertoon, advies- en rechtscolleges op een dwaalspoor gebracht.
 
De nadeelcompensatieprocedure biedt aan de eiser vier ‘gelegenheden’ om argumenten voor het voetlicht te brengen. In de eerste drie – primair verzoek (2012), bezwaar (2013), beroep (2014) – en deels ook in de hoger beroepszaak is geoordeeld op basis van onware veronderstellingen. Wegens de misvatting dat het raadsbesluit zou zijn gepubliceerd (al in advies-bezwarencommissie) en andere, daaruit voortkomende misvattingen (met name vanaf de uitspraak van de Rechtbank) werd keer op keer geoordeeld dat het verzoek verjaard was en dus ongegrond.
In 2015 volgde het hoger beroep, waarin de gemeente opnieuw niet- of half ware argumenten inbracht die op dat moment niet konden worden weersproken, omdat onderzoek niet meer mogelijk was. Inmiddels had Kunstvertoon ontdekt dat de gemeentelijke beweringen m.b.t. het publiceren van het raadsbesluit onwaar waren, maar een aantal andere door gemeente aangedragen onjuiste beweringen bleven nog staan.
 
Middels een herzieningsverzoek wilde Kunstvertoon ook deze misvattingen repareren. In een eerdere fase had dat zondermeer gekund. In een herzieningsverzoek is dat echter, gezien het juridische kader, uiterst lastig. Het inbrengen van inhoudelijke argumenten is slechts beperkt mogelijk, namelijk alleen voor zover het onderwerpen betreft waartegen nog nieuwe gebleken feiten en omstandigheden konden worden aangetoond.
Dat de mogelijkheden voor herziening zo zijn ingekaderd, is begrijpelijk, ervan uitgaande dat de eiser op dat moment normaliter al vier maal gelegenheid kreeg om zijn standpunt naar voren te brengen (in primair verzoek, bezwaar, beroep en hoger beroep). Dat was in dit geval echter anders gelopen: wegens de uiterst slechte en vooral onjuiste informering over hoofdzaken was het Kunstvertoon in feite tot in het herzieningsverzoek onmogelijk gemaakt om de feiten en omstandigheden van 2003/4 compleet en correct voor het voetlicht te brengen.
 
 
Kunstvertoon cursusproject Sneek
oktober 2017

Design and development by HW Multimedia
Copyright © 2018 | Kunstvertoon | Alle rechten voorbehouden